“Zeker, wat leuk!” Het is de enthousiaste reactie van Eva Klompé op mijn vraag of ik haar mag interviewen voor deze rubriek. Een dag later loopt onze docent Frans, ‘exactement’ om 9 uur de personeelskamer binnen. We starten het interview met een grote mok thee. Ze heeft net een van haar laatste lessen aan 5 vwo gegeven, vlak voor de toetsweek.
Zoals altijd leg ik haar de vragenlijst voor. Naast haar geboorteplaats heb ik een aantekening gemaakt. Zodra ze die ziet, reageert ze direct: “O, dat is een heel verhaal. Daar krijg ik altijd vragen over.” Een mooi begin van ons gesprek.
Je bent geboren in Gourdon, Frankrijk. Wat is daar het verhaal achter? “Mijn ouders waren op vakantie bij vrienden in Frankrijk, met wie ze nog steeds contact hebben. Mijn moeder was 27 weken zwanger toen ik besloot eerder dan gepland ter wereld te komen. Ik werd geboren in het ziekenhuis van Gourdon. Omdat ik zo prematuur was, werd ik overgebracht naar het ziekenhuis in Toulouse. Daar waren betere voorzieningen voor te vroeg geboren baby’s.” Samen met haar moeder verbleef Eva twee maanden in Toulouse. Haar vader werkte ondertussen in Nederland en reisde in de weekenden heen en weer. Daarna volgden een ziekenhuis in Dordrecht en uiteindelijk het Sophia Kinderziekenhuis. “Van die periode heb ik een fotoboek. Als kind bladerde ik daar vaak doorheen.”
Je achternaam klinkt Nederlands, maar ook een beetje Frans. Hoe zit dat? Eva lacht. “Dat voorbeeld gebruik ik vaak in de klas als ik de Franse accenten uitleg. Het is eigenlijk van oudsher een Duitse naam met een Franse vertakking.”
Collega Jasper van der Hoek, die even aanschuift, merkt op dat Eva bovendien familie is van Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister van Nederland en een van de grondleggers van de Nederlandse verzorgingsstaat.
Eva groeide op in Bleiswijk en Rotterdam. Haar ouders scheidden toen zij zes jaar oud was. “Mijn moeder woonde in Bleiswijk en mijn vader in Rotterdam. Precies daartussenin zat mijn middelbare school: het Wolfert Lyceum.” Haar oudere broer zat daar al op school en nam haar mee naar een open dag. Daarvoor bezocht ze de Anne Frankschool in Bleiswijk.
Hoe was je als scholier? “Leergierig en mondig,” vertelt ze. “Maar ik voelde ook altijd een bepaalde spanning. Ik had vaak het idee dat er achter mijn rug om over me werd gepraat. Dan val je blijkbaar op.” Ook op de middelbare school bleef dat gevoel aanwezig. “Ik vroeg me vaak af: ga ik met de groep mee of blijf ik mezelf?” Uiteindelijk werd het een combinatie van beide. “In de bovenbouw ging ik meer mijn eigen weg. Verder heb ik nog steeds contact met vriendinnen van toen.”
Hoe ontstond het idee om docent Frans te worden? “In de tweede klas merkte ik dat Frans me steeds beter afging. Ik had wat moeite met de grammatica, maar op een gegeven moment vatte ik hardop samen wat mijn docent uitlegde. Toen viel het kwartje. Daarna vroegen klasgenoten me regelmatig om hulp.” Omdat ze vaak in Frankrijk kwam, ontwikkelde ze zelfs een licht Frans accent. Tegelijk groeide haar zelfvertrouwen. “Ik gaf presentaties en ontdekte dat ik de aandacht van een groep goed kon vasthouden.” Tijdens haar laatste jaar op het vwo bezocht ze verschillende vervolgopleidingen. De praktijkgerichte aanpak van de lerarenopleiding sprak haar meer aan dan een universitaire studie vol literatuur en geschiedenis. “Veel mensen begrepen die keuze niet, omdat ik het goed deed op het vwo. Daarom ben ik nog steeds dankbaar voor gesprekken met mijn decaan Freek van Leeuwen en mijn hockeycoach. Zij stelden steeds dezelfde vraag: wat wil jij zelf?” Eva koos voor de lerarenopleiding Frans aan de Hogeschool Rotterdam en hield vast aan haar eigen gevoel.
“Halverwege mijn eerste studiejaar brak corona uit, waardoor ik veel online moest studeren. Gelukkig maakte mijn derde jaar alles goed. Ik kon naar de universiteit van Toulouse, waar ik vakken volgde als Franse geschiedenis over Toulouse en de regio Occitanië, film- en fotografietheorie en taalkunde. Ik woonde tussen Fransen vlakbij de campus. Dat was echt mijn eerste stap op eigen benen.”
Terugkijkend heeft ze geen moment spijt van haar keuzes. “De keuzes die ik heb gemaakt, hebben me alleen maar mooie dingen gebracht. Ik volg liever mijn gevoel. Ik heb eigenlijk nooit een ‘had ik maar’. Liever spijt van iets wat ik geprobeerd heb dan van iets wat ik nooit gedaan heb.”
Terwijl de thee allang op is en de volgende afspraken alweer wachten, blijft één ding hangen: Eva doet de dingen graag op haar eigen manier. Dat bracht haar dichter bij de Franse taal, een studie in Toulouse, reizen op de motor en uiteindelijk terug naar haar oude middelbare school. Een plek waar ze zich inmiddels niet meer als leerling, maar als collega helemaal thuis voelt.

