Om negen uur spreek ik Agata in onze personeelskamer. We kennen haar al lange tijd. In 2009 begon zij op het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek, destijds nog in het noodgebouw. In die beginjaren gaf ze les aan alle klassen – het was flink aanpoten. Er moest veel ontwikkeld worden en iedereen droeg zijn steentje bij. Toch herinnert ze zich vooral de fijne sfeer: korte lijnen, een kleinschalige setting en een sterk gevoel van saamhorigheid. Ook de reizen – wintersport, Berlijn, de Ardennen – zijn dierbare herinneringen.
Agata Paradna-Szymanska maakte ooit de overstap van het bedrijfsleven naar het onderwijs. Ze wilde haar twee dochters een rustige en stabiele jeugd geven. In haar vorige werk was ze voortdurend onderweg; het onderwijs bracht meer balans in het gezinsleven. Met het Nederlandse onderwijssysteem was ze aanvankelijk nog niet bekend. Ze begon op een school in Den Haag met maar liefst 84 nationaliteiten. Daarna werkte ze op het Grafisch Lyceum in Rotterdam en vervolgens vijf jaar op het Comenius in Capelle. Toen ze een advertentie zag van een school in Bergschenhoek, besloot ze te solliciteren – en werd aangenomen.
Naast docent Duits is Agata mentor en sectievoorzitter. Over de sectie Duits zegt ze met een glimlach: “Dat is echt mijn kindje.” Verder was ze lid van de PAR en zit ze nu ook in de DMR.
Agata is enig kind – in haar omgeving in Polen was dat heel gebruikelijk. Ze groeide op “naast de piste”, zoals ze zelf zegt. Al jong stond ze op klapski’s en tot haar vijftiende zat ze op een sportbasisschool (het onderwijssysteem was daar anders ingericht dan in Nederland). Haar jeugd stond in het teken van beweging: lange zomers vol zeilen en volleyballen, en kampen in de natuur die ze later zelfs mede organiseerde. Haar ouders hadden een vakantiehuis met gasten; haar vader was schooldirecteur én coach. Toch riep ze vroeger stellig: “Ik beland nooit in het onderwijs.”
Skiën deed ze fanatiek en op hoog niveau, vooral slalom en reuzenslalom. Ze overwoog serieus om die richting op te gaan, maar luisterde naar haar ouders, die onderwijs belangrijker vonden. Ze zat op een strenge school en kon soms haar hakken in het zand zetten – een kleine, gezonde vorm van verzet, zonder grenzen te overschrijden.
Tijdens haar studie aan de universiteit ontmoette ze de man van haar leven. Het waren bijzondere tijden: begin jaren ’90, de val van de Muur, grenzen die opengingen en nieuwe handel tussen Nederland en Oost-Europa. Ze studeerde talen – een brede en boeiende studie – en werd filoloog. Stiekem had ze ook interesse in rechten, maar een oom raadde dat af; het staatsbestel wankelde en het waren onzekere tijden.
Ze had zichzelf later best als jurist in het bedrijfsleven gezien (niet in het strafrecht). Ze noemt zichzelf “verslaafd aan informatie”. Dagelijks leest ze twee kranten – NRC en het FD – van achter naar voren. Ze volgt het nieuws, luistert onderweg naar BNR en leest veel over politiek. “Vroeger mocht niets, daarna kwam er vrede. Nu zie ik dingen soms weer de andere kant op bewegen. Dat vind ik zorgelijk.”
Zijn leerlingen veranderd sinds het begin van haar loopbaan? “De wereld is veranderd, sociale media spelen een grote rol en je ziet meer verschillen tussen leerlingen. Maar het blijven de lieve Lansingerlandse kinderen.”
Wat maakt haar vak zo mooi? “Je bent voortdurend in gesprek. Soms is dat leuk, soms lastig. Het is geven en nemen, sturen en begeleiden. De materie leeft.”
Waar is ze trots op? “Ontzettend trots op mijn kinderen. En op mijn werk hier. De sectie Duits heeft altijd sterk gestaan.”
Hoe blijft ze in balans? Bewegen is essentieel: wandelen, fietsen, paardrijden (al dertig jaar!), tuinieren en ballroomdansen – samba, rumba, latin. Daarnaast leest ze graag. Op dit moment leest ze Patria van de Spaanse schrijver Fernando Aramburu, over het ETA-terrorisme en twee bevriende families die door politieke spanningen uit elkaar groeien. Ze is halverwege en zichtbaar geboeid.
Wat spreekt haar aan in het daltononderwijs? “De vijf pijlers geven duidelijke kaders. Leerlingen roepen bij binnenkomst ‘vrijheid!’, maar vrijheid krijg je als je laat zien dat je ermee om kunt gaan. Uiteindelijk kiezen ze hun eigen route.”
Dan kijkt ze op de klok. “O, ik heb les!” zegt ze lachend. En weg is ze – terug naar haar klas.
Door: Jackie van der Gaag



