Een interview op maandagochtend? Natuurlijk, geen enkel probleem. Met een kop thee praten we in de gang even over de vragen die ik Freek wil stellen. Hij houdt het normaal gesproken altijd op water, want hij neemt er de tijd niet voor om warm water te halen. Koffie vindt hij niet zo lekker en hij slaapt er slecht van.

De net 46-jarige Freek van Leeuwen werkt al zo’n 21 jaar op het Wolfert Lyceum. Zijn contract ging in op 19 augustus 2005, waarschijnlijk uit zuinigheid, want normaal is dat 1 augustus, merkt hij op. Hij startte direct vanuit de schoolbanken op zowel Wolfert Dalton als het Lyceum. Hij groeide op in het Westland. In Naaldwijk ging hij naar de basisschool en vervolgens ook naar het ISW vwo.

Hoe was je op de basisschool? “Onbevangen, speels, beweeglijk, maar ook heel competitief in leren: een echte streber. Dit werd destijds niet altijd goed ontvangen. Gelukkig gaan ze tegenwoordig veel beter om met pesten en buitensluiten; er is veel meer acceptatie en aandacht voor. De middelbare school vond ik eerst lastig. Ik wist niet goed wat ik er moest en bleef klein, maar verzamelde in de derde en vierde klas een groep vrienden om me heen. Dat kostte dus wat tijd. Maar vooral de reis naar Rome was erg leuk.”

“De studiekeuze maakte ik op gevoel en op basis van wat ik leuk vond om te doen. Ik hield van sport, maar voorzag dat ik niet door de toelatingstoets turnen zou komen en hield het daarom als hobby. Daarom koos ik ervoor geschiedenis te studeren. Ik koos voor Leiden, omdat ik niet naar de grote stad wilde. Na anderhalf jaar thuiswonen ben ik op kamers gegaan. Ik weet van mezelf dat ik niet goed tegen veranderingen kan en tijd nodig heb om langzaam te wennen.”

“Ik genoot van het studentenleven. Ik zat niet in het verenigingsleven, want ik houd niet zo van groepsdruk, maar wel in het bestuur van de studievereniging. Na vijf en een half jaar studeren aan de universiteit in Leiden stond ik eventjes met de vraag: ‘Wat nu?’ Ik besloot de eenjarige lerarenopleiding via ICLON te doen. Na de stage ben ik brieven gaan sturen. Alleen bij het Wolfert werd ik uitgenodigd voor een gesprek, en zo kwam ik hier terecht.”

Hij merkt op dat zijn vader ook leraar was: de appel valt niet ver van de boom…

Wat doe je hier zoal? “Ik begon als docent geschiedenis en mens & maatschappij. De overheid wilde vakken met samenhang bij elkaar brengen, net als mens & natuur. Dat laatste werkte, maar het eerste niet, en na vier jaar werden het weer aparte vakken.”
“In het begin werkte ik als docent geschiedenis in Bergschenhoek alleen, maar al snel volgden er meer collega’s. Momenteel bestaat de sectie uit maar liefst acht docenten. Ik ben docent geschiedenis en maatschappijleer voor 4 vwo, decaan voor het vwo, mentor van een 5 vwo-klas en lid van de examencommissie. Deze baan doe ik op basis van 0,7 fte, deels thuis, om als ouder meer betrokken te zijn bij onze drie kinderen, want mijn vrouw werkt meer.”

“Zij werkt 0,6 fte als psycholoog en heeft daarnaast een eigen onderneming waarin ze supervisie en opleiding voor andere psychologen verzorgt. Maar de reden dat ik minder werk is ook dat ik het lastig vind om mijn werkzaamheden te plannen.”

Onze collega Vincent roept bij het voorbijgaan: “Niet je pincode geven hè!”, als grapje tussendoor. Hij vervolgt zijn verhaal…

“Het is een druk gezin, met drie kinderen van 17, 15 en 11 jaar. De twee oudste meiden doen ook vwo. De oudste heeft interesse in biologie en DNA en heeft onlangs de pre-university Life Science & Technology gedaan. De middelste heeft iets met mensen, kiest CM en heeft gevoel voor taal, geschiedenis en kunst. Onze zoon heeft nog eventjes; die zit in groep 7.”

Om in balans te blijven leest hij graag. Onlangs las hij de roman De eenzaamheid van de priemgetallen van Paolo Giordano. Verder is hij een “geschiedenisidioot” en leest hij Een nieuwe geschiedenis van de wereld van Peter Frankopan. Zijn afstudeerrichting is moderne geschiedenis: de laatste 150 jaar, met focus op de Eerste Wereldoorlog, de Sovjet-Unie en het Midden Oosten. Dit zijn ook mijn grote interessegebieden. In 5 vwo zijn ze momenteel bezig met dit laatste onderwerp. Het mes snijdt aan twee kanten, want zo kan ik het nieuws bijhouden en lessen voorbereiden tegelijk.

Verder sport hij graag. Zo af en toe pakt hij het racket op voor een potje tennis of padel, of gaat hij op zijn racefiets toeren. Daarnaast is hij veel bij het korfbal te vinden; zijn kinderen doen deze sport en hij is er zelf ook bij betrokken. Zijn zoon is ook erg beweeglijk.

En als je op vakantie gaat? “De laatste jaren gaan we eigenlijk pas naar het buitenland. Voorheen bezochten we vooral de omringende landen met de auto. Deze zomer hebben we het wilde plan opgepakt om naar Costa Rica te gaan, mits er genoeg kerosine is om nog te vliegen. We gaan dan met het hele gezin drie weken weg. De focus ligt vooral op het zien van prachtige dieren.” Geen cultuur? “Wel leuk, maar het heeft nooit prioriteit. We hebben de laatste jaren wel Trier, Worms, Londen en Kopenhagen bezocht, maar altijd geschiedenis hoeft ook niet. Ik sla net zo lief een badminton shuttle op de camping.”

Stel dat je geen docent was geworden, wat dan? “Dan zou het iets in de non-profitsector zijn: werken bij Oxfam, Amnesty of onderzoek doen. Ik zou ook best iets willen doen met filosofie, culturele antropologie of taalwetenschappen. Misschien later?”

Zijn er mensen voor wie je bewondering hebt? Hij begint direct collega’s op te noemen. Hahaha, ik laat hem even uitpraten, maar uiteindelijk noemt hij toch Mahatma Gandhi: “Een man die met vreedzame middelen toch sterk kon zijn.” Hij vindt het tegenwoordig een interessante tijd, al maakt de wereld met alle oorlogen hem niet blij.

Hij is vanaf zijn 23e — net als de rest van zijn gezin — vegetariër. “Ik wil niet meedoen aan de bio-industrie: onmenselijk voor de rest van de wereld, verder kan het helpen voor een goede gezondheid en het is beter voor het klimaat.” De Indiase keuken vindt hij heerlijk. De groene bakplaat is een favoriet kookboek hiervoor.

Hij blijft kletsen… “Dat kunnen de leerlingen beamen,” zegt hij lachend. “Als decaan houd ik leerlingen een spiegel voor, zodat ze een keuze maken op basis van gevoel én argumenten — of argumenten én gevoel, als ik merk dat ze meer naar het een of het ander neigen.”

Als het gesprek langzaam ten einde loopt, blijft Freek nog even in dezelfde rustige toon doorpraten. Over keuzes, over leerlingen, over de wereld om hem heen. “Je probeert leerlingen vooral te helpen om zelf te denken,” zegt hij. “Niet één richting op duwen, maar laten zien dat er altijd meerdere manieren zijn om ergens naar te kijken.”

Hij valt even stil en glimlacht. “Dat probeer ik zelf eigenlijk ook te doen.”

Buiten gaat het gewone schoolleven ondertussen door. Binnen is het gesprek klaar, maar de gedachte blijft hangen: dat goed kiezen zelden iets groots of plots is, maar juist iets wat zich stap voor stap vormt — net als een les die pas later echt landt.

Door: Jackie van der Gaag