Met een soort overvaltechniek spreek ik Casper aan in de personeelskamer. Hij heeft een tussenuur en “natuurlijk tijd”, zegt hij, om even geïnterviewd te worden voor de nieuwsbrief. Even later zitten we aan de grote tafel in mijn kantoor, waar hij een flinke fles water neerzet. Koffie? Alleen ’s ochtends bij zijn yoghurtje — en zelfs dat moment wordt tegenwoordig bepaald door zijn zoontje Jimmy. Sinds kort is hij vader en dat heeft alles veranderd: alles draait om de kleine van 4,5 maand. “Hij herkent me nu en lacht naar me… dat is echt het mooiste wat er is.” Toen Jimmy laatst een nachtje bij zijn schoonouders was, voelde het huis ineens opvallend leeg.

Spontaan uit eten gaan zit er voorlopig niet echt in. “Eigenlijk weet ik niet eens meer wanneer we dat voor het laatst deden.” Gelukkig ligt er nog een cadeaubon klaar om binnenkort samen met zijn vrouw hun jubileum te vieren. Voor nu blijft het af en toe bij een patatje of pizza — maar een avondje uit eten staat hoog op de lijst.

Casper Gerritse zat op het Farelcollege in Ridderkerk en begon op het vwo. Hij vond het er zo gezellig dat hij bleef zitten in zowel de tweede als de vierde klas. Daarna stapte hij over naar de havo, die hij “met twee vingers in zijn neus” afrondde. De keuze voor de HALO was snel gemaakt: sporten en lesgeven lagen hem. Zijn moeder had die opleiding ook gedaan en zag het al vroeg in hem zitten.

Zijn eerste HALO-avontuur in Den Haag liep anders dan gehoopt: te weinig focus op theorie en een strenge opleiding zorgden ervoor dat hij moest stoppen. Daarna probeerde hij OPGM (Gedrag en Maatschappij), maar dat bleek te heftig — de problematiek van kinderen raakte hem te veel. Na drie maanden maakte hij opnieuw een keuze: de Fontys Sporthogeschool in Tilburg. Daar viel alles op zijn plek: minder streng, een fijne sfeer en uiteindelijk een diploma op zak.

Sport loopt als een rode draad door zijn leven. Al van jongs af aan staat hij op het voetbalveld, dankzij zijn oudere broer. Inmiddels speelt hij in het eerste van Slikkerveer, met twee trainingen en een wedstrijd per week. Daarnaast gaat hij naar de sportschool — al is het sinds de komst van Jimmy soms zoeken naar balans. Als hij geen voetballer was geworden, was basketbal waarschijnlijk zijn sport geweest.

Wat maakt zijn werk zo leuk? “Het contact met leerlingen. Het houdt je jong. Ze zijn enthousiast, je hebt plezier en je ziet ze groeien.” En als andere mensen zeggen dat het vak LO onbelangrijk is? Daar is hij duidelijk over: “We worden met z’n allen steeds ongezonder. Juist daarom is bewegen zo belangrijk. Thuis krijgen leerlingen voeding mee, bij mij ontdekken ze verschillende sporten. Ik laat ze van alles proberen — er zit altijd wel iets tussen. Soms blijft een sport zelfs langer hangen en worden ze er lid van in hun vrije tijd.”

Na zijn opleiding werkte hij drie jaar op het Libanon Lyceum. Inmiddels zit hij hier helemaal op zijn plek. De sfeer, het contact met leerlingen in alle leerjaren en de collega’s maken het compleet. Naast docent is hij ook coach van 2v5 en deels van 2v4. In die rol voert hij vooral persoonlijke gesprekken met leerlingen: hoe het gaat en waar ze eventueel hulp bij nodig hebben.

Ook is hij betrokken bij het gymnasiumproject en vakoverstijgende projecten rond mens sana in corpore sano: hoe stress invloed heeft op je lichaam. “Sport helpt je ontspannen én beter concentreren.” Daarnaast hielp hij eerder met de organisatie van sportreizen voor klas 2 – en wie weet wat er nog komt.

In zijn vrije tijd is hij graag buiten te vinden, bijvoorbeeld op festivals in de zomer. Binnenkort staat er weer eentje gepland, terwijl opa en oma oppassen. Muzikaal gaat hij verrassend genoeg voor reggaeton – een stijl die hem meteen in vakantiestemming brengt. Dat past wel: Lanzarote, Curaçao, maar ook Italië heeft zijn hart gestolen. Vakanties zijn voor hem een mix van actief zijn (hardlopen in de ochtend) en genieten van eten, strand en stadjes. Zijn advies aan zijn jongere zelf? “Doe wat je leuk vindt en volg je gevoel.” Iets wat hij zelf al vroeg deed.

Een specifieke leerlingherinnering? “Die moet ik altijd even opzoeken,” lacht hij. “Mijn collega Stephan is beter in dat soort dingen bijhouden.” Wat hij wél weet: de minder leuke momenten blijven soms hangen, zoals een leerling met een gebroken pols. Het is fijn dat hij als LO-docent goed kan handelen dankzij zijn jaarlijks verplichte EHBO-training. Maar gelukkig zijn er elke week genoeg grappige momenten. En als hij iets anders had moeten doen? “Dan was het iets met computers geweest. Ik vond het altijd leuk om problemen op te lossen en bouwde zelfs pc’s.”

We sluiten af met een lach, terwijl hij nog een schattige foto laat zien van hemzelf met Jimmy en een grappige foto met zijn haar vol lintjes die leerlingen in zijn volle haardos hadden gehangen. Dat typeert hem eigenlijk wel: sportief, nuchter en met humor.

Door: Jackie van der Gaag