Poezie over school

'Girls scream./ Boys shout. /Dogs bark. /School's out'
W.H. Davies

'Het kan nooit de taak zijn van de leraar aan zijn leerlingen een gedicht uit te leggen; doch om hun uit te leggen waarom hij het niet uitleggen kan.'

J. Greshoff

Er zijn twee dingen oneindig: het heelal en de menselijke domheid. Maar van dat eerste ben ik niet zeker’.
Albert Einstein

(Deze uitspraak heeft niet veel met school te maken, maar is wel lekker scherp...)




WISKUNDE ALS ONDERWERP
Wis- en natuurlyriek van Drs. P en Marjolein Kool is in Nederland waarschijnlijk de bekendste dichtbundel die wiskunde zo duidelijk als onderwerp heeft. Drs. P en Marjolein Kool spelen in de bundel met wiskunde, natuurwetenschap en taal. Gebeurtenissen uit de geschiedenis van de wiskunde, grote ontdekkingen en stellingen worden humoristisch in dichtvorm beschreven.
Het gedicht Vlieger, bijvoorbeeld, gaat over een vlieger en een ruit. Een ruit is in de wiskunde een vierhoek waarvan allebei de diagonalen symmetrieassen zijn, een vlieger is een vierhoek waarvan ten minste één van de diagonalen een symmetrie-as is.
Dat betekent dat elke ruit een vlieger is, maar niet elke vlieger een ruit. Het gedicht Vlieger staat hieronder.


Vlieger
Een ruit die tot een vlieger zei:
‘Ik ben een vlieger net als jij,’
bracht hem daarmee in zielenstrijd
inzake zijn identiteit.
De arme vlieger dacht en dacht,
maar kreeg de stelling niet ontkracht,
waarop hij riep vol kwade zin:
‘Ik gooi die vent zijn ruiten in.’
Helaas een ruit is louter lijn,
heeft vensterbank noch raamkozijn.
Zodat er bij gebrek aan glas
geen represaille moog’lijk was.
De vlieger bracht nog hoopvol uit:
‘Ben ik misschien dan ook een ruit?’
Maar nee, helaas, alweer een strop,
ook deze vlieger ging niet op.



Mooi gedicht met veel wiskunde erin, door K. Schippers:

a2 + b2 + c2 + 2ab + 2ac + 2bc

je schoonheid min je ogen noem ik a
de geest die in je dartelt b
je ogen
c
opgeteld en minstens een kwadraat gegeven:
(a + b + c)2



Cees Buddingh (onuitputtelijk...):

Kloppen svp

van september '35 tot juni '38
studeerde ik middelbaar engels a.
de lessen werden gegeven
in het gymnasium
aan de laan van meerdervoort te den haag.
het was een zich deftig voordoend gebouw:
de stortbak van de wc
had dan ook twee deftige trekkers,
er hing een stukje ivoorkarton naast
waarop in deftige drukletters stond:
'voor grote spoeling gebruike men de lange trekker
voor kleine spoeling gebruike men de korte trekker'
een vermoedelijk iets iets minder deftig
iemand had er onder geschreven:
'in geval van twijfel
wende men zich tot de rector'

moraal:
ga niet bij het onderwijs,
en als u toch bij het onderwijs gaat
word dan liever geen rector



Kees Stip

De leraar

Hij kon geen orde houden en je moest
als klas daarvan nu eenmaal profiteren.
De propjes vlogen suizend naar zijn kleren.
Hij hield zich meestal kalm al was hij woest.

Want maakte hij zich kwaad en riep hij : 'Koest!'
dan gingen we een hondje imiteren,
en riep hij: 'Wacht maar, ik zal jullie leren!'
dan werd er 'daarvoor bent u toch!' geproest.

Ik lig er niet van wakker, maar in nachten
nadat ik niets bijzonders heb gedaan
kijkt soms zijn waterblauwe blik mij aan
of ik het was van wie hij hulp verwachtte.
Misschien zit hij, Gods kind, nu in Gods klas
en schiet Hem stiekem propjes naar Zijn jas.

(uit: Au!, de rozen bloeien, Sonnetten van bedreigd geluk. 1983)




John O'Mill (pseudoniem van Johan van der Meulen)



Paedagoochum

'Zolang je maar niet snurkt,
kun je rustig slapen',
sprak de leraar wrang
tot twee heel suffe knapen.

'U hebt gelijk, meneer,'
sprak toen de oudste rakker.
'door dat gesnurk van ons
wordt heel de klas soms wakker.'

(uit: Lyrical Laria, Blitz, Amersfoort)


Gerrit Krol:



Klassefoto

Gedrieen in een bank gedreven,
ondoorgondekijk ogenblik
van stilte... de blonde Goudriaan vooraan,
de schele Kast, de jongen van Peen
ruggelings tegen het Periodiek Systeem,
de mooie zware Wieke van der Linden
naast de leraar die zij beminde,
de kleine Vink, de dorre Krol,
magere Kossen, Kooiman de hater,
Spoelstra de schaker, Johnnie de meid,
Rie die zo lachen kon, edoch later
nog zoveel heeft geschreid -
wij waren, voor wij heengingen
over de aarde, een tel bijeen.

Uit: Poraoid. Gedichten 1955 - 1976
(Querido, Amsterdam)


Fetze Pijlman

Beginnend leraar

Ik werd benoemd tot uurdocent,
was uren lang aan het prepareren,
kon wat ik wist nu eindelijk ventileren.
Het rooster, klasseboek en reglement
waren mij echter onbekend;
ik wou mijn idealen praktiseren.
Toen kwam de rector annonceren:
van drie tot vijf vergadering gepland.

Hij opent met een lange reeks berichten:
Collega Derks is onlangs thuis gekomen,
maar kan haar taak voorlpopig niet verrichten;
collega Sluis is weer in Santpoort opgenomen.
Zo werd ik in een half uur oud;
ik zweeg voortaan uit zelfbehoud

Uit: 'Harmonie en Fanfare', 1981






Levi Weemoedt mag niet ontbreken:

Krijtwit

Als Meester Weemoedt eens een uurtje voor komt lezen,
zit heel de klas met doodsverstijving in de bank;
en bij: 'Het jongetje dat nimmer zou genezen'
barst een orkaan los van gejammer en gejank.

Zie hoe de kind'ren kwijnend sloffen door de gangen
en hunk'rend loeren naar een koele kapstokhaak,
terwijl een enk'le al verdachte loopjes maakt
om zich aan capuchon of mutsje op te hangen.

Is het zijn piepstem? Komt het door zijn dode ogen
die op twee steeltjes tikken tegen 't brilleglas?
Of is 't de grap dat hij zijn bochel kan verhogen
tot boven 't bord, onder zijn zwarte pandjesjas?

Hoe komt het dat veel ouders hem niet mogen
terwijl hij, kind nog, toch zo'n knuffeldiertje was?





Nog maar een van Cees Buddingh:

zo zijn onze manieren

op dfc-reünies*
hoor je altijd sterke verhalen
maar zelden zó sterk en frappant
als dit jaar van leo van bruggen

hij (leo) zat op het gymnasium
toen zijn leraar nederlands over
moderne poëzie kwam te praten
en aantal namen noemde
waaronder ook de naam ‘buddingh’’

‘buddingh’’, zei leo, ‘die ken ik wel:
die zit altijd elke zondag
bij ons op dfc.’

‘waarop de leraar sprak: ‘jongen,
ga jij de klas maar uit!’

(*dfc: Dordse Football Club)



Cees Buddingh blijft leuk om te lezen. Ik heb een aantal citaten gevonden op internet, die geestig zijn en bovendien tot nadenken stemmen.


"A verwonderde zich erover dat B over de liefde schreef zonder verliefd te zijn. B: 'Ik schrijf toch ook over de dood zonder dood te zijn?'"

"Alleen zij die niets te zeggen hebben, zoeken altijd het gezelschap van anderen op."

En actueel:
"Als je er maar voldoende principes op nahoudt, hoef je nooit te denken."





Frans de Schoemaker:

Oude Bibliotheek

Daar ruist geen idee meer, daar knettert
geen krachtveld. Wat ritselt moet zijn;
een houtkever, molm, een papierparasiet.

Achter kalfsleer en titels verstomde de wereld.
Aanraakbaar nog enkel voor stof, aandrift
van geuren uit zomerse tuinen dicht bij de hor,

een meisjeshand soms - hier hurkte Annabel
voor zij verdween in gindse donkere allee
van boekenruggen, op zoek naar weidser boulevard

buiten de lettergreep. Elk beeldenperk verpulvert
in de tijd. Winter verspilt zich aan de speelplaats.
Dit vers verstrakt De schoolbel roest.

-----------------------------------
uit: 'Perspectief met Engel', 2003.



Judith Herzberg

ROOSTER

Angst wordt het vroegste wakker. Wekt dan
verstand en plannen voor de dag,
die dekken hem nog even toe. Waarom
kan kalmte niet eens eerder opstaan, of
het verheugen, waarom is angst zo onbeheerst
zo ijverig?
Juf juf ik was het eerst.
Ja hoor dat heeft de juf gemerkt. Ga nou maar
rustig naar je plaats en praat niet voor je beurt.
Vanmiddag, bij geschiedenis, mag je
alles vertellen wat je weet, wat vroeger is gebeurd.

Judith Herzberg




Auteur: Driek van Wissen

Middelbaar onderwijs

Het mooiste meisje van de klas
verschikt onwennig bij haar schouder
een bandje van haar bustehouder;
ze draagt dat rare ding maar pas.

De meester, achter brilleglas,
ziet toe, ontroerd, en denkt: 'Wat zou d'r
gebeuren als zij tien jaar ouder
en ik eens tien jaar jonger was?'

Ach, hij vergeet hoe hij verdorde
en hoe haar leven net begint.
In stilte wordt door hem bemind
de schone vrouw, die zij zal worden.

Dan praat ze wat, het lieve kind,
en streng roept hij haar tot de orde.







Auteur: Jan Eijkelboom

Woordjes leren

Jongens, heb je verdriet,
sprak toen de leraar Grieks,

dan moet je woordjes leren, woordjes
leren. Hij knikte energiek

zodat er as viel op zijn vest,
maar dat was toch al vies.

Wij lachten half vertederd,
half meewarig, want tragiek

daar wist je alles van en hij,
heel oud, haast vijftig, niets.

En dat het overging als je maar
woordjes leerde, dat was iets

zo absurds, zo dolkomieks
dat het in omloop kwam als een

gevleugeld woord. Het klapwiekt
nu verdrietig om mij heen

omdat ik later woordjes leerde
waarmee je 't monster kunt bezweren

en ik hem niet meer zeggen kan
hoe ik soms naar die stem verlang,
naar dat onhandige advies








»Sitemap


Zoeken
zoek »
|  Sitemap  |  Colofon  |  Disclaimer