Competentieprofiel docent WD

Hoe goed we ons onderwijs ook definiëren, het staat of valt met goede leraren. Dan is vervolgens de vraag wat een goede leraar is.
Zo iemand moet in ieder geval heel wat in zijn/haar mars hebben.



Om te beginnen moet een leraar natuurlijk allerlei vakkennis hebben, maar dat is tegenwoordig niet meer genoeg: hij moet die kennis ook op een goede manier inzetten als hij met leerlingen werkt. Daarbij spelen pedagogische inzicht, didactische vaardigheid en organisatorisch talent een grote rol. Vervolgens is de omgang met leerlingen van cruciaal belang. En dan staan er nog gesprekken met ouders en instanties op zijn/haar agenda. Wat een goede leraar is, valt dus niet in een zin te zeggen.

De afstemming van ons personeelsbeleid op het onderwijskundig en organisatorisch beleid van de school is een van de centrale kenmerken van het Integraal Personeelsbeleid op Wolfert Dalton. Dit doen we door het "kennen en kunnen” (de competenties) van onze medewerkers en hun ontwikkeling te richten op de inhoudelijke en organisatorische doelstellingen van de school. Voor Wolfert Dalton geldt dat deze doelen duidelijk zijn. De missie van de school geeft de doelen helder aan:

Kwaliteitsonderwijs in een rijke, internationaal georiënteerde leeromgeving voor actieve en nieuwsgierige leerlingen; onderwijs dat het vertrouwen heeft van betrokken ouders.


IPB in relatie tot ons kwaliteitsbeleid
De voortgang van het onderwijsleerproces probeert de school meer en meer af te stemmen op de ontwikkeling van de leerlingen (adaptief onderwijs) binnen het daltononderwijs.

Goed onderwijs betekent voor onze docenten:

  • de docent houdt rekening met de persoonlijkheid van elke leerling;
  • de docent stemt activiteiten zoveel mogelijk op de ontwikkeling van de leerling af;
  • de organisatie van de lessen is zodanig ingericht dat leerlingen de kans krijgen zelfstandig te leren werken en leren;
  • de docent biedt de (zorg) leerling de mogelijkheid naar begaafdheid een minimumpakket binnen de verschillende leer- en vormingsgebieden te doorlopen. Daarnaast is er een aanvullend, verrijkend programma;
  • de docent voert zelf zoveel mogelijk didactische differentiatie uit binnen de groepen. Er is evenwicht in leren door instructie en zelfontdekkend leren;
  • er vindt (o.a. door de docent) regelmatige evaluatie plaats van het onderwijsleerproces opdat tijdig maatregelen genomen kunnen worden “die er op gericht zijn” dat alle leerlingen de doelen bereiken die van tevoren door de school zijn vastgesteld. Het specifieke WD-cijferbeleid is hiervan een voorbeeld;
  • ken- en streefgetallen helpen bij het analyseren van onze inspanningen en het mogelijk optimaliseren daarvan;
  • er is binnen de basisvakken en leergebieden een eenduidige en op elkaar aansluitende wijze van werken en afspraken.


Goede begeleiding van jonge docenten

IPB en het Competentieprofiel docent Wolfert Dalton.
Het spreekt vanzelf dat het "kennen en kunnen” (het algemeen streefprofiel) van alle collega’s op Wolfert Dalton moet aansluiten op de missie. Om dat te kunnen waarmaken moet een duidelijk inzicht ontstaan over de competenties van alle medewerkers. Deze competenties worden vergeleken met de competenties die voor onze school van belang zijn. In het kader van Functioneringsgesprekken worden Persoonlijke Ontwikkelings Plannen (in het jargon: POP’s) opgesteld. Bij de inzet van scholings- en andere middelen dienen de missie en de aanwezige competenties als uitgangspunt.

Maatwerk is bij competentiemangement op Wolfert Dalton het uitgangspunt. Telkens worden mogelijkheden en belangen van de medewerker en Wolfert Dalton afgewogen.
Deskundigheidsbevordering, teamvorming, coaching, intervisie, aandacht voor interne- en externe mobiliteit en functiedifferentiatie zijn voorbeelden van middelen waarin wordt geïnvesteerd om de competenties van medewerkers te vergroten. De implementatie en ontwikkeling van kenniskringen moet de intellectuele ontwikkeling van de eigen personeelsleden bevorderen.

Ontwikkeling individuele medewerkers
Naast het belang van de organisatie Wolfert Dalton is nadrukkelijk ook het belang van de individuele werknemer in het spel. Bij een goede afstemming van de persoonlijke competenties op de schoolcompetenties (resultaatgericht, kwaliteitsonderwijs, ambitieus en vooruitstrevend) zal de schoolorganisatie profiteren. We zien graag dat ook het individuele personeelslid hiervan zal profiteren. Scholing en ontwikkeling leiden tot verbetering en een grotere arbeidssatisfactie.
De belangen van de individuele medewerker zijn ook onderdeel van het POP(persoonlijk ontwikkelingsplan)-gesprek.

Bekwaamheidseisen
Goed onderwijs valt of staat met goede leraren schreven we hierboven. En dus vraagt goed onderwijs om duidelijke bekwaamheidseisen waaraan leraren moeten voldoen. En zo hebben we op Wolfert Dalton een competentieprofiel vastgesteld.

Structuur bekwaamheidseisen
De bekwaamheidseisen zijn geordend naar acht competenties en zijn telkens op dezelfde manier opgebouwd en op vergelijkbare manier geformuleerd. Er is een competentie omschreven en onderverdeeld in drie niveau's (basis, ervaren en excellent) Wat de leraar tot stand moet brengen en wat hij daarvoor moet doen, is omschreven in gedragskenmerken.


Competentiemodel (verkorte versie) docent Wolfert Dalton
CompetentieResultaatGedrag leraar
Pedagogische
wendbaarheid
Speelt in op de
leefwereld van leerlingen
en begeleidt leerlingen /
groepen met zeer
problematische
hulpvragen en creëert
een veilig pedagogisch
klimaat. Stemt het
doelmatig handelen af op
de behoeften van de
leerlingen / de groep en
kan variëren in
didactische aanpak en
pedagogische
benadering.

o.a. te herkennen aan:

- stemt houding,
gesprektechnieken en
interventies af op
problematische hulpvragen
van leerlingen;
- geeft gerichte en effectieve
feedback op alle niveaus;
- begeleidt, zonodig met
inschakeling van een
specialist, leerlingen met
complexe problemen
(leerstoornissen,
gedragsproblemen, sociaal-
emotionele problemen) /
complexe groepen;
- sluit bij het hanteren van
begeleidingsvormen
systematisch aan bij
ervaringen, belevenissen en
normen van leerlingen en
ouders.
Klassen-
management
Neemt maatregelen die
leiden tot een hechte
groepsvorming en
uitstekende
samenwerking binnen
groepen

o.a. te herkennen aan:
- leraar overlegt met
leerlingen over het
opstellen en bewaken van
gedragsregels en
afspraken ter handhaving
van de orde;
- hanteert in groepen die
onvoldoende taakgericht
zijn werkvormen die leiden
tot een doelgerichte en
efficiënte samenwerking in
een goed leerklimaat.
Vernieuwend
denken
en werken
Denkt vanuit
verschillende bronnen
na over ervaringen en
ontwikkelingen in
onderwijsvragen en
komt op basis daarvan
tot vernieuwingsvoorstellen.

Levert een structurele
bijdrage aan de
invoering van
substantiële
vernieuwingen.

o.a te herkennen aan:

- leraar draagt bij aan
vernieuwingen in het
onderwijs door deel te
nemen aan experimenten
en door het overdragen
van nieuwe ideeën;
- maakt gebruik van
onderzoek gericht op het
vakgebied en raadpleegt
bronnen om te komen tot
vernieuwingsvoorstellen;
- maakt gebruik van interne
en externe evaluatie-
uitkomsten om nieuwe
onderwijsactiviteiten en
(stage)
begeleidingsactiviteiten te
ontwikkelen;
- levert een constructieve
bijdrage aan projecten,
ook buiten de school;
- stimuleert collega's hun
onderwijs en (stage)
begeleiding steeds te
verbeteren binnen
de school;
- speelt een
voortrekkersrol bij het
werken aan veranderings-
processen;
- benoemt weerstanden
tegen vernieuwingen en
draagt oplossingen aan
voor vermindering
daarvan.
Activerend en
gedifferentieerd
werken
Gebruikt werkvormen
die leerlingen activeren
en stimuleren zelf hun
leerproces in te richten
en die uitstekend
aansluiten bij de
leermogelijkheden en
belemmeringen van de
leerling.

o.a. te herkennen aan:
- leraar laat leerlingen naar
hun mogelijkheden systematisch
zelfstandig of in subgroepen
aan opdrachten werken;
- geeft gedifferentieerde
opdrachten die leerlingen
stimuleren tot verwerven
en toepassen van kennis;
- houdt bij het selecteren
van leerinhouden en
opdrachten systematisch
rekening met de
leermogelijkheden, leerstijl,
leertempo en capaciteiten
van leerlingen en subgroepen.
Vakmatige
beheersing
Beheerst brede
vakinhoudelijke en
vakdidactische kennis en
vaardigheden op en is
actief in het verdiepen
en/of verbreden ervan.

o.a. te herkennen aan:

- leraar gebruikt flexibel
vakinhoudelijke en
vakdidactische kennis en
vaardigheden in
samenhang met
veranderende doelen van
het onderwijs;
- hanteert flexibel een
groot aantal verschillende
(nieuwe) didactische
werkvormen en
hulpmiddelen;
- verbreedt en/of verdiept
zijn vakinhoudelijke en
vakdidactische kennis en
vaardigheden;
- ontwikkelt mede nieuwe
vakdidactische
werkvormen en
hulpmiddelen;
- inventariseert en analyseert
onderwijsproblemen op
vakinhoudelijk en
vakdidactisch terrein en
draagt daarvoor oplossingen
aan op klassenoverstijgend
niveau.
Professionele
groei
Staat open voor feedback
van collega's en
ondersteunt collega's in
hun professionele
ontwikkeling door het
geven van advies.

o.a. te herkennen aan:

- leraar vraagt en geeft
desgevraagd feedback aan
collega's over elkaars
functioneren;
- biedt desgevraagd
ondersteuning aan collega's
bij problemen;
- toont begrip voor
onzekerheid bij
(beginnende
groepsleerkrachten;
- stimuleert collega's elkaars
lessen en begeleiding van
leerlingen te observeren en
die samen door te spreken;
- vraagt gerichte feedback
om eigen functioneren als
leraar te verbeteren;
- ontwikkelt met behulp van
het persoonlijk
ontwikkelingsplan
zelfstandig competenties
die nodig zijn in het onderwijs.
Communicatie,
informatie-
uitwisseling,
overleg en
samenwerking
Levert een bijdrage aan
bestaande en nieuwe
overleg- en
samenwerkingsvormen.
Onderhoudt, in overleg
met de leiding,
incidentele contacten die
bijdragen aan de
ontwikkeling van
leerlingen en komt tot
effectieve
informatieuitwisseling en
afstemming.

o.a. te herkennen aan:

- leraar levert een
inhoudelijke bijdrage aan
kleine tot grote,
overzichtelijke projecten;
- geeft op adequate wijze
kritiek;
- coördineert werkgroepen;
- zorgt er mede voor dat
collega's ruimte voor
inbreng krijgen;
- neemt initiatieven tot
overleg en samenwerking
met collega's;
- bemiddelt bij
samenwerkingsproblemen
tussen collega's;
- bewaakt mede dat
gemaakte afspraken
nagekomen worden (komt
met verbetervoorstellen);
- onderscheidt in de
communicatie emoties en
zaken;
- geeft voor collega's,
leiding en/of zorgteam
duidelijk aan welke
complexe problemen zich
voordoen bij leerlingen en
welke ondersteuning
wordt verwacht;
- zoekt samen met
afdelingsleiding en/of
zorgteam naar
mogelijkheden;
- treedt op als
ambassadeur van de
leerling en de school.
Organiseren en
planmatig
handelen
op langere
termijn
Levert een bijdrage aan
de ontwikkeling van werk-
/leerplannen en de
afstemming van
(onderwijs)activiteiten
binnen de eigen
vaksectie/afdeling.

o.a. te herkennen aan:

- leraar faseert en plant
werkplannen/
groepsplannen/leerplannen
in studiewijzers en zorgt
voor een duidelijke
opbouw van (onderwijs)activiteiten;
- stelt tussentijdse
leerdoelen per periode of
lessenserie vast en stelt
deze op basis van
ervaringen bij;
- bouwt bij het maken van
taken en (opleidings)
programma's bijsturings-
en keuzemogelijkheden in;
- wisselt in het
kernteam/ de vaksectie en
afdeling jaarlijks ervaringen
uit om te komen tot voorstellen
voor aanpassing van plannen;
- selecteert middelen,
methoden en bronnen voor
realisatie van nieuwe
(onderwijs) doelen zoals
de leergebieden;
- werkt onderwijsdoelen uit
in modulen of
onderwijseenheden.





»Sitemap


Zoeken
zoek »
|  Sitemap  |  Colofon  |  Disclaimer